Norwayflag


midzomer





Høydegård's Noorse Boskatten




de cattery



Wat betekent Høydegård ?

Op het moment dat onze cattery een naam moest hebben woonden wij op ons vorige adres in Geldermalsen. De straat heette Hooge Hoeven en we hebben daar een soort vertaling van gemaakt.
Høyde is het woord voor heuvel of hoogte en omdat in het rivierengebied veel boerderijen op een soort terp staan , was dat wel van toepassing. Waar ons huis stond was vroeger een boomgaard en het Noorse woord voor boerderij is gård.

Je spreekt het uit als "Heudegoord", met een Duitse g-klank en de d aan het eind hoor je nauwelijks te horen.
Ik vind het nog steeds een mooie naam, maar wel een moeilijke in het gebruik door de Noorse letters, waardoor de naam vaak verkeerd gedrukt staat in o.a. showcatalogi.

Onze cattery is door een toeval ontstaan.

Nadat we al een jaar of 10 met de fiets en tentje door Zweden trokken, gingen we voor het eerst met de auto op vakantie. Het was juni 1989 en we waren op de terugreis na een paar zalige en indrukwekkende vakantieweken in Zweden en Noorwegen.
Op de laatste camping in Noorwegen, in Gamle Frederikstad ( de oude vestingstad aan het Oslofjord) waren we een mooi rustig plekje aan het uitzoeken. Ineens liep er een klein poesje achter ons aan en ze bleef al de tijd dat we daar waren bij onze tent. Het was een genot om naar dat kleine , door het gras huppelende poesje te kijken.

Af en toe kwam ze in de tent een hapje mee eten. Yoghurt, ook al was het met aardbeien, ging er met graagte in. En pate vond ze te gek. Geen wonder ook, want ze was echt broodmager. Ze was een maand of 4 schatte ik. Bij de receptie hoorde ik dat ze ergens van een boerderij uit de buurt kwam en al een week of 6 al op de camping rondscharrelde. Tot ongenoegen van de baas.

Daarom besloten we haar mee te nemen als ze de volgende ochtend nog steeds bij de tent was. Midden in de nacht ( nou ja nacht, het was gewoon licht) werd ik wakker omdat ik iets tegen mijn hoofd voelde: het was het kleine poesje dat zich had opgerold onder het doek van de buitentent en een beetje warmte bij ons had gezocht.

Een poosje later hoorde ik een behoorlijk raar geluid buiten: een kramsvogel dook laag over de grond en ineens zag ik de kleine poes weggedoken om aan die boze vogel te ontsnappen. Op dat moment was ik al vastbesloten om haar in ieder geval mee te nemen.

Het leek wel of zij dezelfde gedachte had, want ze was niet meer bij ons weg te slaan en liet zich braaf een halsbandje omdoen ( 2 riempjes van de fietstassen die nog in de bagage zaten) Een lijntje van de tent eraan geknoopt en zo hebben we haar op de bagage achterin de auto gezet. We hadden alles tot een groot vlak opgestapeld zodat ze veilig rond kon lopen en zo zijn we de 1400 km naar huis gereden.

Bij de Noors/Zweedse grens hebben we haar maar even in een curverkratje met deksel gestopt en de radio aangedaan , je weet maar nooit. Maar alles ging probleemloos gelukkig. Ze kwam gezellig bij me op mijn schouder liggen. Het was al gauw flink warm en behoorlijk benauwd door een groot onweersfront wat net die dag overtrok.
Daarom besloten we rond de middag maar een paar uurtjes pauze te houden aan een mooi meer. Onder de bomen en bij het water was het redelijk uit te houden en Kwirrel kon zo wat rondstappen aan haar lijntje. Ze schoot af en toe een stukje in een boom en had de grootste lol.

Meer over haar op Kwirrels eigen pagina.

kwirrel 5 maand
De retour-overtocht vanuit Göteborg naar Frederikshavn in Denemarken hebben we maar laten schieten wegens de verstikkende hitte. We moesten er niet aan denken om uren in de rij te staan op dat stinkende asfalt, zeker niet met Kwirrel in de auto ( dus ramen dicht)
Daarom reden we door naar Helsingborg, waar we in de avond in stromende regen en tijdens heftig onweer, een beetje zenuwachtig een nieuw ticket kochten ; per ongeluk wel weer een retour ontdekten we midden op zee.

Maar niemand had onze verstekeling ontdekt , gelukkig, en na een nachtje op een camping ten zuiden van Kopenhagen( Kwirrel in de auto met een bakje zand , water en brokjes, en wij in de tent) begonnen we aan de laatste 800 kilometer. Het was een leuke terugtocht en de tijd vloog deze keer om; 28 juni waren we weer thuis en de 2 huiskaters vonden het gelukkig niet al te erg dat er een poesje bij was gekomen. Zij kreeg de naam Kwirrel omdat ze zich zo gracieus als een eekhoorntje bewoog.
Zonder Kwirrel waren we misschien nooit een cattery begonnen. We kwamen bij toeval aan een Noortje en we raakten al snel aan het ras verslingerd.

Een Noorse Boskat??

donny av myre
Bladerend door een tijdschrift over Noorwegen ontdekte ik een advertentie van de NBK, de Noorse Boskattenkring, rasclub van Felikat. Daarin stond een mooie rood/witte boskater die wel heel erg op onze kleine poes leek qua uitstraling. Hadden wij misschien ook een Noorse Boskat?

Ik had er nog niet eerder over gehoord.
Later vond ik in het blad "kat en hond" een heel artikel over cattery Torv Hede, de cattery waardoor de Noor bekendheid heeft gekregen hier in Nederland. De fokker heeft samen met een aantal andere fokkers in 1984 de NBK opgericht. Onze Kwirrel leek toch veel op deze katten.

                 foto links: Donny av Myre

In diezelfde periode was er een show bij ons in de buurt . Het was voor het eerst dat wij naar katten in kooitjes gingen kijken. En eerlijk gezegd : ik vond het maar niks. Nog steeds heb ik er moeite mee om onze katten een hele lange dag in zo'n hokje te stoppen, maar af en toe gaan we toch maar eens met 1 of 2 katten. Het zijn lange , vermoeiende dagen.

Onze eerste show met kat was een dik jaar na die eerste kennismaking. Daar werd onze Kwirrel goedgekeurd als novice-Noor.Daarmee hadden we ineens een "echte"Noorse Boskat. Die show in november 1991 in de RAI in Amsterdam staat me nog goed bij: ik was bloednerveus , want we hadden maar die ene kans. En natuurlijk sloeg de spanning op Kwirrel over, die daardoor een beetje moeilijk ging doen. Ze werd door 2 Scandinavische keurmeesters tot Noorse Boskat verklaard.

Onze cattery was nu een feit!!

Nu kon ze dan eindelijk naar een echte Noorse Boskater.
Tijdens het vuurwerk op oudjaar dat jaar is ons eerste nestje verwekt: Mara en Percival werden geboren op 4 maart 1992.

Onze cattery was nu een feit. De vader was Apollo av Skogalund, een zoon van die rood/witte kater uit de advertentie ( Donny av Myre )
Donny is de zoon van de overbekende Pan's Polaris, een kater met een mooie uitstraling en vererving.
Mara heeft die typische Norenvacht, waarmee ze een paar jaar geleden op de Norenspecial in IJsselstein (25 jaar Noorse Boskat) tweede van ongeveer 30 Noren werd in de vachtencompetitie. Ze klit nooit, glanst en de vacht hangt mooi af zoals het hoort.Haar uitdrukking kreeg ze voor een groot deel van Polaris.

             januari 2005: op deze foto is Høydegård's Mara bijna 13 jaar

 Høydegård's Mara

Na het eerste nestje kreeg ik de smaak te pakken. Vroeger thuis ben ik opgegroeid met een Angora poes. Zij liep gewoon buiten en kreeg ongeveer 2 keer per jaar een nestje; de poezenpil bestond toen nog niet en kastreren werd nauwelijks gedaan. Het waren de 50-er jaren.

Ik heb kittens altijd erg leuk gevonden en nu begon het toch wel heel erg te kriebelen na dat eerste nestje. Gemiddeld hebben we 3-4 nestjes per jaar gehad bij een gemiddelde nestgrootte van 3-4 kittens. Soms hadden we 1 of 2 kittens en slechts 2 keer een nestje van 6 kittens. Nestjes van 3-4 kitens hebben mijn voorkeur, de moederpoes heeft zo niet al te veel te lijden.



terug naar indexpagina